Forum Orthodoxe kerkmuziek


"DE TOEKOMST VAN HET ORTHODOXE KERKZINGEN IN NEDERLAND - ARTIKEL MET REACTIES"

In onderstaand artikel legt James Chater (parochie Deventer) zijn visie op de orthodoxe kerkzang uit. Hierop zijn van verschillende kanten reakties gekomen, die u eveneens kunt lezen.
Meer reakties zijn welkom. Stuurt u uw artikel of uw kort commentaar per email naar [email protected]









James Chater - Muziek in de Orthodoxe parochies van Nederland: wat moet er gebeuren?

Preambule
Het jaar is 2030. Het is zondagochtend en mijn dochter en haar man zijn op weg naar de kerk. Wat voor dienst kunnen zij verwachten? Eigenlijk is er niets wezenlijk veranderd: de diensten, de teksten en heel veel van de muziek is dezelfde als nu. Maar over de jaren is het muzikale repertoire veel uitgebreider geworden. Af en toe maakt het koor en fout, maar je kan op een fatsoenlijk niveau van gezang en geluidskwaliteit rekenen. In ieder geval zijn de valse stemmen, de onzekerheid en het zeer beperkt repertoire van 25 jaar geleden slechts onprettige herinneringen. Dankzij een diepgaande revisie van het hele repertoire past de muziek wat beter bij de teksten, dus alles is beter verstaanbaar en maakt een diepere indruk. Verder nog: er worden in de diensten ook nieuwe composities gezongen van levende componisten op de Nederlandse vertalingen. Iedereen vindt dat fijn, het gaat vanzelf dat componisten voor de kerk schrijven, net zoals icoonkunstenares iconen maken.

Actiepunten
Iedereen mag dromen. Maar hoe maken wij deze droom tot realiteit? Volgens mij moeten er ten minste twee dingen gebeuren: wij moeten zorgen voor een betere muzikale opleiding niet alleen voor de kerkmusici maar voor de Orthodoxie in het algemeen, en we moeten minder conservatief zijn.

Opleiding
Eerst, opleiding: in veel landen in de wereld speelt muziek een steeds minder belangrijke rol in de openbare opleiding. Het resultaat is dat onze Orthodoxe muziektraditie zal uitsterven tenzij wij onszelf tot taak nemen onze toekomstige kerkmusici beter op te leiden. En niet alleen maar de kerkmusici: we moeten meer doen met de kinderen, want die zijn onze toekomst! Er moet er een reeks initiatieven komen – in boeken, op bijeenkomsten, op websites, in vergaderingen enz. – om het niveau van het gezang te verbeteren: van blad zingen, goede stemvorming, geschiedenis van kerkmuziek, gemeenschappelijke zang. Er moet meer gedaan ook voor de koorleden: meer open muziekdagen, niet alleen koorleiderweekenden dus.
Dit alles kost geld. Nu, wij maken onze kerken heel mooi door waardevolle en kostbare iconen te kopen of te laten maken, maar het valt me op me dat wij niet altijd bereid zijn hetzelfde geld en inzet te stoppen in de muziek. Waarom niet?

Traditie of gewoonten?
Het tweede, met het eerste verbonden punt is het volgende: wij houden ons allemaal aan onze Traditie (of tradities) en dat is alleen maar goed, maar we moeten het verschil leren tussen traditie en gewoon conservatisme. Wat betekent Traditie? Traditie betekent in eerste instantie geven een doorgeven. Dat wil zeggen, het is actief. Zo schrijft Georges Florovsky:

"De Traditie is niet allen maar een principe van behouden en conservering; het is voornamelijk het principe van groei en regeneratie […] Traditie is het constante verblijf van de Geest en niet alleen het behouden van de letterlijkheid van de woorden."

Bovendien schrijft bisschop Kallistos Ware het volgende:

"Het Orthodoxe concept van Traditie is niet statisch maar dynamisch, geen dood aanvaarden van het verleden maar een levende ontdekking van de Heilige Geest in de tegenwoordige. De Traditie in zijn binnenste wezen verandert niet, omdat God niet verandert, maar desondanks neemt hij constant nieuwe vormen aan, die de oude vormen aanvullen zonder hen te vervangen."

Waar zijn in onze muziek die "nieuwe vormen?" Waar is de "groei", de "regeneratie"? Waar is de creativiteit, het dynamisme? Ons beperkt repertoire, meestal uit de negentiende eeuw, met geen input van componisten van onze tijd – dat is geen levende Traditie! Ik heb niets tegen deze muziek, maar als het repertoire niet vernieuwd wordt, mogen wij niet spreken over een levende traditie. Maar vooral is het een kwestie van denkwijze. Want wat wij "Traditie" noemen is meestal alleen dat waar wij aan gewend zijn. Ik wens echter dat al het mechanische, routineuze en automatische uit onze muziek verdwijnt; dat wij kerkmusici, zangers en ook dirigenten, bewuster worden van wat wij doen. Kortom: we moeten meer durven.
Momenteel staan wij op een soort kruispunt in ons Orthodoxe leven. De Orthodoxie is begonnen te wortelen in West-Europese grond, bijna of misschien alle teksten van de diensten zijn vertaald in het Nederlands (en andere talen). Nu dus is de tijd om te vragen: Waar gaan we naartoe met onze muziek? Wat is de volgende stap? Potentieel is het een erg interessante tijd om Orthodox te zijn in West-Europa. Ik zeg "potentieel" want, ja, dat hangt af van wat we doen, natuurlijk. Of liever, wat wij durven te doen.
Als we willen overgaan naar een fase waar creativiteit een grotere rol speelt dan eerder, moeten wij bereid zijn, bepaalde dingen te veranderen. Want dit proces moet in gang gezet worden door een groep mensen met een goede muzikale opleiding en die erkend zijn als goede en ervaren koorleiders, zangers, musicologen, componisten enz. Mensen die kunnen inspireren, bemoedigen, leren, adviseren, steunen. Mensen die niet afwachten, maar bereid zijn hun nek uit te steken en verantwoordelijkheid op zich te nemen. Zulke mensen ontbreken niet in Nederland, maar zij zijn wat verspreid, ondergebruikt en geïsoleerd. Deze verspreide krachten dienen samengevoegd te worden in één team om efficiënter aan de slag te kunnen gaan. (Wij kunnen ook proberen met musici in Vlaamssprekend België samen te werken.) En laten wij proberen "alle aardse zorgen" – inclusief onze belangetjes, gewoontes en vooroordelen – "ter zijde te stellen", om de stem Gods te horen en Zijn kerk en Zijn volk beter te bedienen.

Epiloog
De dienst is afgelopen, mijn dochter en haar man keren terug naar huis. Zij voelen dat hun geest is versterkt, ook dankzij de mooie, krachtige muziek. Zij hoeven niet te mompelen over de slechte zang of zich verbaasd te uiten dat het dit keer beter klonk dan normaal. De muziek heeft het Woord van God gesteund en geeft hem de kracht dit Woord een realiteit in hun alledaagse leven te maken.

Dat wil ik ook voor mij, voor mijn kinderen, en voor hun kinderen ook. Voor ons allemaal.


Actiepunten
Boeken/Webpages:
     Stemvorming
     Van blad lezen
     Geschiedenis van O'doxe muziek
     Tonen
Partituren:
     revisie van Liturgiemuziekboek ("gele boek") met correcties, in een grotere formaat (op website zetten)
     Vigiliemuziekboek (website)
     Boek van de meest gezongen muziek voor niet-koorleden: Onze Vader, Hemelse Koning enz
Media:
     Websites
     Drukken
     Vergaderingen, inclusief muziekdagen voor alle kermusici
Organisatie:
     Comité bestuur van muzikale vernieuwing
     Actief op zoek gaan naar muzikaal talent in onze kerk
     Eventueel samenwerken met Vlaamssprekenden
     

James Chater





Reactie van Joke Lucassen-Bos:

Ik heb het artikel van James Chater met belangstelling gelezen.
Enkele opmerkingen naar aanleiding ervan:

Bij het lezen van zijn “preambule” realiseerde ik mij dat de orthodoxen van 25 jaar geleden hetzelfde geschreven konden hebben over hun droom van het jaar 2005 als James Chater over 2030!

Er is in de afgelopen 25 jaar veel werk verzet en met succes, maar dat kan men alleen beoordelen als men er 25 jaar geleden bij was en er daadwerkelijk aan heeft meegewerkt.

In een aantal parochies wordt hard gewerkt aan het verbeteren van de koorzang en het uitbreiden van het repertoire. Soms is het beter het repertoire eerst klein te houden en de kwaliteit van zingen te verbeteren; de voornaamste taak van het koor is immers, zoals de heilige Basilius de Grote zegt: ”de leer vermengen met de zoetheid van de melodie opdat wij samen met de aangename welluidendheid ook, voor het oor niet hoorbaar, dat opvangen wat in het woord nuttig is”. (Te lezen in het boekje “Russische Kerkmuziek”, enkele jaren geleden door mijzelf geschreven)

Dat neemt niet weg dat het goed is weer eens wakker geschud te worden!

Het inventariseren en bijeenroepen van alle orthodoxe, erkende en ervaren musicologen, dirigenten enz. lijkt me een goed streven, waarbij we ons moeten realiseren dat het in deze drukke tijd, met overvolle agenda’s, niet gemakkelijk zal zijn.

Ik zou graag willen weten wie er in Nederland en/of Vlaanderen nieuwe melodieën componeren om deze eventueel met het IPOK in te studeren.We kregen slechts eenmaal een Vredeslitanie aangeboden: mooi, goed studiemateriaal, maar niet te gebruiken in de H.Liturgie, omdat hij niet gericht was op het samenspel tussen priester/diaken en het koor.

Dat samenspel draagt voor een belangrijk deel bij aan de harmonie van de Dienst en daarom zou het goed zijn ook de geestelijkheid bij een en ander te betrekken.

Ik ben blij met het idealisme van James Chater en hoop dat hij, al is het maar voor een deel, zijn droom kan verwezenlijken.

Laten we vooral niet de fout maken van met name de R.K.Kerk, die dacht door het moderniseren van de kerkmuziek de jeugd aan de Kerk te binden: de jeugd verdween toch en ze lieten de ouderen gefrusteerd achter.

Joke Lucassen-Bos
augustus 2006






Reactie van Vincent van Buuren:

Ik kan mij goed vinden in wat ik het liefste zou willen omschrijven als "een levende traditie" Het gaat er hier bij naar mijn mening om de delicate balans tussen stilstand, en, met respect voor de tradities, nieuwe richtingen durven te kiezen door bijvoorbeeld nieuwe vertalingen of composities durven in te voeren. Ik vind in dit daglicht het voorbeeld van de Paastropaar exemplarisch. Als er onder de Orthodoxen één tekst is waarover wij het eens zouden moeten zijn is het toch wel bij uitstek de Paastropaar. Ik gebruik niet voor niets het woord delicaat. Persoonlijke voorkeuren of smaak, gecombineerd met emoties (en dat kan verward worden met tradities), kunnen hier behoorlijk roet in het eten strooien als er op de verkeerde manier mee wordt omgegaan. James loopt misschien wel een beetje te hard van stapel maar tegelijk vind ik zijn bijdrage wel heel inspirerend. Ik vind het boeiend hier een bijdrage aan te mogen leveren. Een meer inhoudelijke reactie kan ik op dit moment niet geven omdat ik er nog te kort erbij ben en mij nog verder moet inleven. Ik vind het een spirituele uitdaging voor alle betrokkenen om hier in de toekomst als broeders en zusters in Christus mee om te gaan, ook als er tegenslag is.

Vincent van Buuren
(parochie Amersfoort)






Reactie van Galina Rol:

Het is een mooi idee om speciaal voor Nederlandse teksten gecomponeerde muziek te hebben. Alleen is het wel belangrijk om binnen de orthodoxe traditie te blijven. Het is te vergelijken met de ikonografie. Maar niet zoals James het stelt: het gaat vanzelf dat componisten voor de kerk schrijven, net zoals ikonografen ikonen maken. Ikonen schilderen gaat nooit vanzelf. Het is belangrijk om goede leraren te hebben die in de traditie staan en hun kennis overdragen op de volgende generatie. De ikonen die heden ten dage geschilderd worden, zijn geënt op de ikonen die in de loop der tijden geschilderd zijn. Een ikoon is géén orgineel (kunst)werk, hoewel elke ikoon op zichzelf wel uniek is, in die zin dat het geen rechtstreekse kopie is van een voorgaande ikoon. De bekende uit Rusland afkomstige ikonograaf Leonide Oespjenski, die in Parijs leefde, placht te zeggen: ‘In Frankrijk moeten er geen Russische of Griekse ikonen geschilderd worden, maar Franse ikonen.’ Op de vraag hoe die er dan uit moesten zien, antwoordde hij: ‘Dat weet ik niet, dat weet de Heilige Geest.’ Eén van de duidelijkste aspecten bij ikonen is dat de opschriften in de landstaal worden gesteld. Verder is het een kwestie van geworteld blijven in de traditie, dus géén nieuwe ikonen uitvinden, die niet thuis horen in de traditie. De creativiteit is ondergeschikt aan de traditie. Paulus zegt: ‘Want Gods medearbeiders zijn wij; Gods akker, Gods bouwwerk zijt gij. Naar de genade Gods, die mij gegeven is, heb ik als een kundig bouwmeester het fundament gelegd, waarop een ander voortbouwt. Maar ieder zie wel toe, hoe hij daarop bouwt. Want een ander fundament, dan dat er ligt, namelijk Jezus Christus, kan niemand leggen. Is er iemand, die op dit fundament bouwt met goud, zilver, kostbaar gesteente, hout, hooi, of stro, ieders werk zal aan het licht komen. Want de dag zal het doen blijken, omdat hij met vuur verschijnt, en hoedanig ieders werk is, dat zal het vuur uitmaken. Indien het werk, dat hij erop gebouwd heeft standhoudt, zal hij loon ontvangen, maar indien iemands werk verbrandt, zal hij schade lijden, doch hij zelf zal gered worden, maar als door vuur heen.’ Trouwens alle ikonen in onze kerken zijn niet allemaal van dezelfde kwaliteit, sommige zijn wat primitiever dan andere etc. Maar dat is niet waar het om gaat, het gaat om de uitstraling. Het innerlijke is belangrijker dan het uiterlijke.

Voor muziek ligt dat wellicht wat ingewikkelder. Toch denk ik dat we heel behoedzaam en zorgvuldig moeten zijn. James loopt mijns inziens wat te hard van stapel. Er moeten eerst nog een aantal andere stappen worden gezet.

Om in Nederland en Vlaanderen samen te kunnen werken is er een gemeenschappelijk vertaling nodig, die door elke Nederlandstalige parochie wordt ondersteund en gebruikt. Om tot een dergelijke vertaling te komen zijn in het verleden diverse pogingen ondernomen. Door de Vereniging van Orthodoxen is met de zegen van drie bisschoppen een vertaalcommissie ingesteld. Deze commissie heeft uiteindelijk een nieuwe vertaling van de Begingebeden en de gezongen teksten van de Goddelijke Liturgie gepresenteerd. Echter de bisschoppen hebben er verder geen moeite voor gedaan om deze teksten in te laten voeren in de betreffende parochies. Ieder was vrij om er mee te doen en te laten wat men zelf wilde. In Amsterdam is door de koorleidster Aliona Ovsiannikova direct de nieuwe vertaling van de Liturgie teksten ingevoerd. Op enkele kleinigheden na, bijvoorbeeld in de Vragende Litanie gebruikt ze niet: ‘Verleen, o Heer.’, zoals door de vertaalcommissie was vastgesteld, maar heeft ze ‘Geef ons, o Heer.’ gehandhaafd. Het Onze Vader en de Geloofsbelijdenis zouden nu in alle parochies hetzelfde horen te zijn. Tijdens de vergaderingen van de Vereniging blijkt dat ook de leden van de Vereniging niet dezelfde versie van het Onze Vader gebruiken, wanneer ze samen bidden voor de maaltijd. Ook bestaat er een officiële Verenigingstekst van het Paastropaar. Toch is het onmogelijk om tijdens Vergaderingen in de Paastijd gezamenlijk het Paastropaar te zingen, want bijna elke parochie heeft zijn eigen versie.

Zolang er geen Lokale Kerk in West-Europa is, of misschien wel een Nederlandse Orthodoxe Kerk, zal het heel moeilijk, zo niet onmogelijk zijn om alle neuzen dezelfde kant op te krijgen. Het Klooster in Den Haag noemt zich al wel Nederlands Orthodox Klooster. Terecht, want zij hebben in de persoon van Vader Adriaan een niet te onderschatte bijdrage geleverd aan de vertaling van Orthodoxe teksten. Helaas, dat geven de zusters zelf toe, was Vader Adriaan niet altijd even zorgvuldig. Hij paste de dingen die hem niet bevielen soms aan, of liet dingen weg. Zo ontdekte ik in het boekje Christengeloof van Ireneus van Lyon dat hoofdstuk 9 ontbrak. Volgens de zusters was dit heel wel mogelijk. Het ontbrekende stukje heb ik zelf maar uit het Engels vertaald en aan mijn boekje toegevoegd. (Mocht iemand de tekst willen hebben, dan kan hij deze bij ondergetekende verkrijgen.)

Enkele jaren voor zijn overlijden hebben Vader Alexis en Moeder Maria gepoogd om een gezamenlijke vertaling te maken van de Grote of Boetekanon van Andreas van Kreta. Het grootste struikelblok was het feit dat Vader Alexis vertaalde vanuit het Kerkslavisch en Moeder Maria vanuit het Grieks. Daardoor was het onmogelijk om in bepaalde gevallen tot een eensluidende vertaling te komen. Door de ziekte van Vader Alexis is dit project helaas vroegtijdig gestaakt. Van de oorspronkelijke vertaalcommissie is Moeder Maria de enige die nog over is.

De geschiedenis van de orthodoxie in West-Europa en in dit geval in het Nederlands taalgebied, heeft een grote verscheidenheid aan vertalingen veroorzaakt. Zodra een gemeenschap gewend is aan een vertaling is het bijna onmogelijk om een nieuwe vertaling in te voeren. Men is verknocht aan de vertrouwde teksten, bijvoorbeeld die van de Begingebeden, die beginnen met Hemelse Koning. De nieuwe vertaling hiervan is opgenomen in het Orthodox Gebedenboek. Alleen wordt die niet gebruikt in de Amsterdamse parochie. Wanneer Hemelse Koning met Pinksteren ten gehore wordt gebracht, dan zingt iedereen uit volle borst de eigen oude vertrouwde vertaling mee. Hoe zou je dat kunnen veranderen?

Galina Rol
Amsterdam, 24 augustus 2006